Je staat in de meterkast en je vraagt je af: hoeveel verbruikt die airco nu écht? Je wilt weten of je zonnepanelen genoeg opwekken voor je laadpaal. De Shelly Plus 1PM belooft uitkomst.
▶Inhoudsopgave
Een klein apparaatje dat stroom meet, schakelt en data stuurt. Maar klopt die meting wel?
Is het nauwkeurig genoeg voor slim energiebeheer? We gaan het stap voor stap uitzoeken.
Geen ingewikkelde theorie, maar een praktische test die jij zelf kunt doen. Zo weet je precies wat je kunt vertrouwen.
Wat heb je nodig voor de test?
Je hebt niet veel spullen nodig. Een Shelly Plus 1PM kost ongeveer €25 tot €30.
Die haal je bij een smart home winkel of online. Je hebt verder een stroommeter nodig die je kunt vertrouwen.
Een aparte vermogensmeter van bijvoorbeeld Kill A Watt of een professionele clamp meter werkt goed. Die kosten tussen de €30 en €80. Zorg dat je een stopcontact hebt waar je de Shelly tussen kunt schakelen.
Een verlengsnoer is handig om de Shelly buiten de meterkast te testen. Je smartphone met de Shelly app moet je al hebben.
Zorg dat je wifi werkt en dat je de Shelly kunt toevoegen aan je netwerk. Tot slot een apparaat met een bekend vermogen. Een gloeilamp van 60 watt, een koffiezetapparaat of een oude ventilator. Iets met een simpel, stabiel verbruik.
Neem de tijd. Reken op een uur voor de hele test.
Zet je telefoon op stil, zodat je niet afgeleid bent. En zorg dat je veilig werkt. Schakel de stroom uit voordat je iets aansluit in de meterkast. Als je niet zeker bent, vraag dan hulp aan iemand met ervaring.
Stap 1: Installeer de Shelly Plus 1PM
Haal de Shelly uit de verpakking. Je ziet vier draadjes: L, N, SW en O.
De L is de fasedraad (bruin of zwart). De N is de nuldraad (blauw). De O is de uitgang, voor de belasting. De SW is voor een schakelaar, die heb je nu niet nodig.
Zet de stroom uit in de meterkast. Gebruik een spanningzoeker om zeker te zijn dat er geen spanning op staat.
Sluit de Shelly aan volgens de handleiding. Fase (L) naar de bovenste connector.
Nul (N) naar de onderste. De uitgang (O) sluit je aan op het apparaat dat je wilt meten. Bijvoorbeeld een stopcontact voor je testlamp.
Zorg dat de draden goed vastzitten. Gebruik een schroevendraaier. Check nog een keer: L naar fase, N naar nul. Niets anders.
Zet de stroom weer aan. De Shelly gaat knipperen. Dat betekent dat hij in setup-modus staat.
Open de Shelly app op je telefoon. Tik op ‘Add device’.
Kies de Shelly Plus 1PM. Volg de instructies om hem te verbinden met je wifi.
Geef hem een naam, bijvoorbeeld ‘Test Shelly’. Kies een kamer, bijvoorbeeld ‘Meterkast’.
De app laat nu live vermogen zien. Als je niets aansluit, moet het vermogen rond nul zijn. Is het meer dan 1 watt? Controleer dan of er geen andere apparaten op dezelfde groep zitten.
Veelgemaakte fout: verkeerde draad aansluiten. Controleer altijd de kleuren en de handleiding. Als je L en N verwisselt, kan de Shelly kapotgaan.
Stap 2: Kies je referentie-apparaat
Je wilt weten of de Shelly klopt. Daarom heb je een apparaat nodig met een bekend vermogen.
Een gloeilamp van 60 watt is ideaal. Die verbruikt precies 60 watt, zonder pieken of dalen. Een spaarlamp of LEDlamp is minder geschikt, omdat die soms meer of minder verbruikt door de driver.
Een koffiezetapparaat of waterkoker werkt ook, maar die schakelt snel in en uit.
Dat maakt meten lastiger. Kies dus voor een stabiele belasting. Een oude ventilator is ook goed, als die maar een constant toerental heeft. Sluit het apparaat aan op het stopcontact dat via de Shelly loopt. Zet het aan.
Noteer het vermogen dat de Shelly app laat zien. Bijvoorbeeld 61 watt. Schrijf het op. Doe dit drie keer: meet na 1 minuut, na 5 minuten en na 10 minuten.
De waarde kan iets schommelen, maar mag niet meer dan 2 à 3 watt afwijken. Als je een gloeilamp van 60 watt meet en de Shelly laat 70 watt zien, is er iets mis. Vergelijk de meetwaarde met de nominale waarde van het apparaat.
Een gloeilamp van 60 watt verbruikt in de praktijk altijd iets meer, door spanningsschommelingen.
Een afwijking van 5% is acceptabel. Meer dan 10% is niet goed. Schrijf de afwijking op. Zo weet je straks of de Shelly betrouwbaar is.
Veelgemaakte fout: een apparaat met wisselend verbruik kiezen. Een dimmer of een apparaat met een motor geeft pieken. Dat vertekent de meting.
Stap 3: Doe de nulmeting
Zonder belasting moet de Shelly nul meten. Sluit niets aan op de uitgang van de Shelly.
Zorg dat het stopcontact leeg is. Zet de Shelly aan via de app.
Kijk naar het vermogen. Het moet onder de 1 watt zijn. Bij een goede Shelly is het vaak 0,3 watt of minder.
Dat is het eigen verbruik van de Shelly zelf. Laat de Shelly een uur staan zonder belasting. Kijk af en toe. Het vermogen mag niet oplopen.
Als je 2 watt of meer ziet, zit er misschien een lekstroom of een storing in de installatie.
Controleer of er geen andere apparaten op dezelfde groep zitten. Haal eventuele andere stekkers uit het stopcontact.
Schrijf de nulmeting op. Die heb je straks nodig voor de correctie. Als je later een apparaat meet van 60 watt en de Shelly laat 60,5 watt zien, trek je de nulmeting er af. Dan weet je dat het 60 watt is.
Veelgemaakte fout: vergeten de nulmeting te doen. Dan meet je straks een apparaat en weet je niet of de Shelly zelf al stroom verbruikt.
Stap 4: Test met verschillende belastingen
Nu test je met drie verschillende apparaten. Gebruik een gloeilamp van 60 watt, een koffiezetapparaat van 800 watt en een waterkoker van 1500 watt.
Sluit ze één voor één aan op de Shelly en noteer het vermogen. Wil je nog meer controle over je energiebeheer? Overweeg dan een Shelly 3EM installeren voor real-time inzicht in je gehele woning.
Doe elke meting drie keer, met tussenpozen van 5 minuten. Zo zie je of de Shelly stabiel is. Bij de gloeilamp verwacht je ongeveer 60 watt.
Bij de koffiezetapparaat ongeveer 800 watt. Bij de waterkoker 1500 watt.
De Shelly mag niet meer dan 5% afwijken. Bij 1500 watt is 5% 75 watt. Dus een meting van 1550 watt is nog acceptabel, maar 1600 watt is te hoog. Let op de temperatuur van de Shelly.
Als je een waterkoker van 1500 watt lang aan laat staan, wordt de Shelly warm.
Een temperatuur tot 50 graden is normaal. Wordt hij heter, zet dan de test stop. De Shelly kan oververhit raken. Gebruik dan een aparte groep of een grotere schakelaar.
Veelgemaakte fout: te veel vermogen op één Shelly. De Shelly Plus 1PM kan maximaal 16 ampère schakelen, dat is ongeveer 3700 watt bij 230 volt. Ga daar niet overheen.
Stap 5: Vergelijk met een referentiemeter
Neem nu je aparte vermogensmeter. Sluit die tussen het stopcontact en je testapparaat.
Meet het vermogen met de Shelly én met de referentiemeter. Noteer beide waarden. Doe dit voor elke belasting, of bekijk de beste Shelly alternatieven voor energiemeting om resultaten te vergelijken. Als de Shelly 61 watt laat zien en de referentiemeter 60 watt, is de afwijking 1,7%. Dat is prima.
Als de Shelly 65 watt laat zien en de referentiemeter 60 watt, is de afwijking 8,3%.
Dat is net iets te veel. Herhaal de meting. Als het verschil blijft, is de Shelly niet nauwkeurig genoeg voor precisiewerk. In de vergelijking HomeWizard Energy Socket vs Shelly Plug S zie je hoe deze sensoren presteren. Let ook op de meetmethode; sommige referentiemeters meten alleen actief vermogen.
De Shelly meet ook het schijnbaar vermogen. Bij een gloeilamp maakt dat niet uit.
Bij een motor of een LEDlamp wel. Kies daarom voor een stabiele belasting zonder complexe elektronica.
Veelgemaakte fout: verschillende meetmethoden vergelijken zonder rekening te houden met actief en schijnbaar vermogen. Dat geeft vertekening.
Stap 6: Test in de praktijk
Nu sluit je de Shelly aan op een echte toepassing. Bijvoorbeeld op een groep voor je zonnepanelen


